Beter leefklimaat met Drowa
Koude voeten in een warme kamer, hoe kan dat ?
Mensen vragen zich wel eens af hoe het kan dat men toch koude voeten heeft, ook al staat de verwarming te loeien. Dit heeft te maken met de verschillende temperatuurbronnen in een kamer. De luchttemperatuur kan bijvoorbeeld 23 graden zijn, maar de vloer slechts 16 graden, een ruit 8 graden en een niet-geïsoleerde muur bijvoorbeeld 15 graden. Hoe dichter men bij een dergelijk vlak komt, hoe 'onbehaaglijker'dat zal aanvoelen.
Drowa Chips zorgen voor warme vloer
Wanneer voelt iemand zich behaaglijk ?
Elke bewoner wil zich 'behaaglijk' voelen in de eigen woning. Deze behaaglijkheid of gevoel van comfort ofwel leefklimaat wordt direct veroorzaakt door zogenaamde fysische aspecten waarvan twee hele belangrijke:
- de temperatuur
- de vochtigheid
Temperatuur en behaaglijkheid
De temperatuur in een woning beperkt zich niet alleen tot de temperatuur van de lucht om ons heen, maar ook de temperatuur van allerlei aanrakingsvlakken, zoals ramen, vloeren, deuren, muren etc. Deze elementen kunnen stukken kouder of warmer zijn dan de omgevingstemperatuur. Een enkel glas raam kan in de winter zelfs tot nul graden dalen. Indien iemand zich vlak bij dat raam bevindt dan zal men de koude voelen. Staat men er ver vandaan, dan heeft men er geen last meer van.
Ook een vloer die koud aanvoelt aan de voeten zal een gevoel van onbehaaglijkheid met zich meenemen, ondanks dat er bijvoorbeeld een omgevingstemperatuur van 20 graden Celsius is. (Drowa Chips verhoogt de temperatuur van de begane grond vloer met maar liefst 4 graden Celsius).
Behaaglijkheidstemperatuur
De zogenaamde behaaglijkheidstemperatuur is een gemiddelde temperatuur van de luchttemperatuur en de temperatuur van de vlakken om ons heen. Niet- of slecht geïsoleerde muren, vloeren of ruiten zorgen voor een lagere temperatuur die weer gecompenseerd moet worden door een hogere luchttemperatuur. Dat veroorzaakt weer hogere energiekosten. Ondanks de compensatie door het omhoogdraaien van de verwarming zal het evenwel niet prettig zijn om in de buurt te verblijven van koudere vlakken zoals een koud raam of een koude vloer (koudestraling).
Vochtigheid en behaaglijkheid
Er bestaan 2 soorten vochtigheid: absolute vochtigheid en relatieve vochtigheid. Deze laatste bepaalt of een mens zich ergens behaaglijk voelt of niet. Tussen de 35 % en 75 % relatieve vochtigheid is geen probleem voor een mens. Indien het echter bijvoorbeeld winter is dan kan die relatieve vochtigheidsgraad dalen tot onder de 35 % waardoor mensen een uitgedroogd gevoel krijgen, ofwel het wordt onbehaaglijk. Bij extreme vochtigheid in een woning, bijvoorbeeld omdat men een niet-geïsoleerde kruipruimte heeft met open verbindingen naar de bovengelegen verdiepingen kan het voorkomen dat er een relatieve vochtigheidsgraad van meer dan 80 % wordt bereikt. Niet alleen is dat slecht voor de woning en de spullen, maar heeft het ook direct effect op de bewoners: men voelt zich onbehaaglijker en zeker Cara-patiënten zullen in een dergelijke situatie veel last ondervinden.










